29-11-04

Den bompa

“Hier se bompa, zie ne keer wat we meegebracht hebben.”

Bompa zijn gezicht klaart op.

“Nen ijscrème dedju.  Dat gaat me smaken. Jos, een vod, da’k niet op mijn kleren smos .”

Bompa negeert iedereen die op bezoek is en begint aan zijnen ijs.  Schitterend om zo een oude mens te zien opleven bij het zien van een hoorntje met nen dikke bol helemaal voor hem alleen.  Normaal zou hij dat allemaal niet meer mogen eten en hij weet het.  Maar als ge bijna tachtig jaar zijt, elke dag een heel boekhouding van pillekes moet bijhouden en al vijf jaar op uw eten moet letten dan moogde al eens zondigen vinden wij.

 

Het gaat nochtans niet goed met onze bompa.  Het is al nen oudere mens.  Ahja, anders zou hij moeilijk bompa kunnen zijn.  Hij zit bijna op tram 8 en de jaartjes beginnen een beetje te tellen.  Hij heeft een paar weken geleden een maand in het ziekenhuis gelegen met een “beetje” water op zijn longen.  Ik was toen hard geschrokken.  Ik ben in de zomer mijnen andere bompa verloren zonder afscheid te kunnen nemen, ’t zou deze keer geen waar zijn.

“Bompa, wat scheelt er nu jong?”

“Och Péke jong, jaja, da’s iets he. Wat ze ne mens nu toch aandoen he.”  Ouw mensen hebben altijd wat tijd nodig om in vitesse te geraken, onze bompa ook: “ja jong, ik zit met een beke water op mijn longen he.  En dat moet er dus af want ik kan bijna niet meer ademen.”

“Een beetje water?  Twintig liter hebben ze me gezegd.  Met twintig liter rijd ik al een heel stukske met mijnen auto zenne.”   

“Awel kom naar hier, er hangen hier slangen genoeg aan mijn lijf.  Ik zal aan meneer doktoor vragen of  em eentje tot aan uwen auto trekt.

Hij was nog niet van plan om het op te geven, dat was duidelijk.

 

Dat water is ondertussen allemaal verdwenen en ze hebben den bompa naar huis laten gaan.  Maar nu is zijn bloeddruk gezakt tot een wreed lage 7 over 4 (Voor diegenen die het niet weten, 12 over 8 is normaal) en we maken ons allemaal een beetje ongerust. 

Maar hij zag er goed uit gisteren.  Ik ga er nu wekelijks naartoe.  Gewoon een beetje praten, over van alles en nog wat.  Over wandelingen in de sneeuw, over zijn vroeger werk, over den oorlog, … 

Af en toe zit hij zo een beetje voor zich uit te staren en dan reageert hij niet als iemand iets zegt.  En veel lachen doet hij ook niet meer.  Na een tijdje ziet hij er weer vermoeid uit.  Dat is het teken om op te krassen.

 

Ons bomma moeit zich nog in het gesprek.

“Morgen komt de verpleegster weer he pa.”

“De verpleger bedoelde zeker.” En tegen mij: “ Jaja, ze moeten mij hier komen wassen he jong.”

“Neejeneeje pa, ’t ging een verpleegster zijn he, een negerinneke.  En ze ging een stagiaire meebrengen.”

De vermoeidheid is op slag van zijn gezicht verdwenen.  Hij kijkt ons met een stralende glimlach aan en hij knipoogt.

“Een negerinneke begot. En een stagiaire…oeioeioei, da gaat nog plezant worden.  Kunde ons mama niet komen halen morgen jong?”

 

We kunnen weer gerust zijn.  Hij is nog niet weg.


14:03 Gepost door P | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

Commentaren

:) lovely

Gepost door: kikkertje | 29-11-04

Die wordt nog 100, zeker weten! ;-)

Gepost door: AV | 30-11-04

De commentaren zijn gesloten.