19-12-04

Ontspoord

Hij reed nu al drie jaar met treinen.  Meestal ’s ochtends.  Hij reed graag ’s ochtends.  Als het  landschap doordrongen was van de laatste stuiptrekkingen van de nacht.  De vochtige nevels die door de voortrazende trein werden verscheurd.  De zon die aarzelend haar eerste stralen over de aarde wierp en de natuur die langzaam maar zeker tot leven kwam.  De sterke stralen van de lampen priemden door de nevels en wierpen hun licht op de ijzeren sporen die zich als een zilveren pad voor hem uitstrekten.  Hij genoot.

Zijn hele leven had hij hiervan gedroomd.  Al van toen hij nog een kind was en met zijn vader meeging naar het station keek hij met ontzag op naar die grote machines die met zoveel gemak tonnen en tonnen gewicht trokken.  Het lint van wagons dat schijnbaar moeiteloos door het gevaarte werd verder gesleept.  Toen al had hij geweten wat hij wilde worden.  Hij wilde zelf aan het stuur staan, hij wilde die krachtige ijzeren monsters temmen.  Hij wilde de kracht voelen die door de machine liep als die langzaam in beweging kwam en zonder problemen alles met zich meenam.

Hij keek op zijn horloge.  Nog twee uur en hij zou weer thuis zijn.  Zijn gedachten dwaalden af naar zijn vriendin.  Hij kende haar nu bijna vier maanden.  Ze hadden elkaar ontmoet op de trein.  Allebei op weg naar huis.  Hij had haar zien zitten toen de trein tot stilstand kwam.  Haar lange zwarte haren bedekten een deel van haar gezicht.  Maar wat hij zag was voldoende om hem helemaal van slag te brengen.  Hij was tegenover haar gaan zitten en deed alsof in zijn boek las, maar al die tijd had hij haar in het oog.  Ze was prachtig.  Haar stralend blauwe ogen, haar fijne handen die gevouwen op haar schoot lagen.  Hij wilde haar aanspreken maar durfde niet.  Hij wist niet meer goed wat maar hij had dan uiteindelijk toch iets gezegd.  Ze moest lachen, de spanning was van hem gevallen en ze raakten in gesprek. Schaamte en verlegenheid was hem vreemd.  Hij was een vlotte prater en een sociaal type.  Maar bij haar was het anders.  Hij stotterde, zei de ene stommiteit na de andere en vond zichzelf een idioot.  Maar om de een of andere reden die hem volkomen onduidelijk was bleef het gesprek gaande.  De rest van de reis hadden ze over allerlei onderwerpen gepraat.  Ze waren zo in hun gesprek verwikkeld dat hij niet eens merkte dat hij zijn station voorbijreed.  Toen ze afscheid namen had hij haar gevraagd of ze nog eens konden afspreken.  Hij voelde zich net een puber. Tot zijn verbazing had ze ja gezegd.  Ze hadden telefoonnummers uitgewisseld en hij had beloofd haar diezelfde dag nog te bellen.  De dagen daarop spraken ze geregeld af en voor hij het wist had hij een relatie met de mooiste vrouw die hij ooit had ontmoet.

Verstrooid richtte hij zijn aandacht terug op het spoor voor hem.  Hij verstijfde.  In de verte zag hij iets bewegen. 

 

Rillend stond ze in het kniehoge gras.  De vochtige lucht drukte zwaar op haar schouders.  Ze was half verdoofd door de koude.  Haar benen waren volledig opengehaald door de struiken waardoor ze zich moeizaam een weg had gebaand.  Een eindje verderop stond haar wagen.  De standlichten waren aan, de motor draaide nog.  In de wagen had ze een afscheidsbriefje achtergelaten.  Gericht aan haar man, de enige persoon waarvoor ze leefde, de enige persoon waarvan ze hield.

Ze had altijd van hem gehouden.  Vanaf het moment dat ze elkaar hadden ontmoet was het voor haar liefde op het eerste zicht geweest.  Ze had hem voor het eerst gezien toen ze met haar vriendinnen naar een fuif van de plaatselijke jeugdbeweging ging.  Terwijl de rest van hun gezelschap uit de bol ging stond zij de ganse avond naar hem te kijken.  Ze had durven zweren dat hij ook naar haar keek.  Later zou hij dat allemaal ontkennen met dat veelbetekenende glimlachje om zijn mond.

Een week later kwam ze hem opnieuw tegen.  Hij stond op een fuif met zijn vrienden.  De hele avond probeerde ze zichzelf te overhalen om iets tegen hem te zeggen.  Uiteindelijk was ze toch op hem toegestapt en dat was het begin van de mooiste periode van haar leven.  Ze waren twee jaar samen toen ze trouwden.  Dat was nu vier jaar geleden.

De laatste maanden ging het wat minder in hun relatie.  Hij ging veel weg, had geen verklaring voor een aantal zaken en er was iets uit zijn blik verdwenen.  Als hij haar vroeger aankeek met zijn donkere ogen smolt ze helemaal weg.  Die warme blijk die haar deed smelten was er niet meer, het vuur was eruit.  Vorige week had ze ontdekt waarom.  Ze had hem gezien met een andere vrouw.  Hij zag er gelukkig uit.  Ze liepen over straat.  Hand in hand.  Onbeschaamd.  Die trut liep hand in hand met haar man.  Ze had op haar willen afstormen, haar op de grond gooien, haar hand breken zodat ze voor eens en voor altijd zou leren dat ze hem gerust moest laten.  Maar ze kon niet.  Ze kon zich niet bewegen.  Haar zicht werd troebel, de tranen kwamen en ze kon ze niet stoppen.  Ze was tegen de muur ineengezakt en was beginnen huilen.

Met een schok kwam ze opnieuw tot de realiteit.  Ze kon moeilijk ademhalen.  Het leek alsof de lucht veel dikker was.  Alsof ze een vloeibare brij inademde.  Ze wist dat dit maar inbeelding was.  Er was niets mis met de lucht.  Ze was gewoon bang.  Bang voor wat ging gebeuren.

Ze richtte haar aandacht op de geluiden rond haar.  De krekels, de wind die door de bladen ruiste, het gezoem van de wagens op de straat een eindje van haar vandaan en het gefluister van de elektrische leidingen boven haar dat de aansnellende trein aankondigde.  Langzaam liep ze het gras uit en ging tussen de sporen staan.  Haar hoofd hing omlaag alsof ze de naderende dood niet in het gezicht wilde kijken.

 

Vol afgrijzen besefte hij wat hij had zien bewegen.  Langzaam maar zeker ontwaarde hij op de sporen een menselijk silhouet.  Hij reageerde bliksemsnel, begon uit alle macht te remmen en blies een aantal lange stoten door de hoorn.  Hij wist dat hij nooit op tijd tot stilstand kon komen.  De snelheid die hij had was veel te hoog om op die korte afstand de trein tot stilstand te brengen.  De remmen grepen met volle kracht op de wielen, maar zelfs al waren er maar half zoveel wagons aangekoppeld, dan nog zou hij nooit op tijd hebben kunnen stoppen.  Hij blies opnieuw een aantal korte stoten door de hoorn…

 

Ze hoorde de verandering in het geluid.  Het blazen van de hoorn, het geluid van ijzer op ijzer.  Ze wist dat hij haar gezien had en dat hij zijn best deed om te stoppen.  Maar hoe hard de remmen ook op de wielen werden gedrukt, ze wist dat het nooit voldoende zou zijn om het gevaarte tot stilstand te brengen.  Nog even en het zou allemaal afgelopen zijn.   Ze zou zich nergens meer zorgen over moeten maken.  Binnen een aantal tellen was het afgelopen.  Het leek alsof er een zware druk van haar schouders viel.  Ze moest glimlachen.  Ze wist niet waarom maar deed geen moeite om de glimlach tegen te houden.  Langzaam hief ze haar hoofd op naar de aanstormende trein.

 

Hij zag dat er een vrouw op de sporen stond.  En ze was blijkbaar niet van plan opzij te gaan.  Hij had van collega’s al verhalen gehoord van mensen die tussen de sporen gingen staan om dan op het laatste nippertje weg te springen.  Hij hoopte dat dit ook iemand was die op een kick uit was, maar ergens voelde hij dat ze niet opzij zou springen, ze zou het niet doen.  Hij wist dat hij iemand zou doodrijden.  Hij wist ook dat hij er niets aan kon doen maar dat verlichtte de pijn die door zijn lichaam schoot niet.  Waarom stond ze daar?  Wat bezielde haar om juist voor zijn trein te gaan staan?  Hij zag dat ze langzaam haar hoofd hief.

 

De trein was veel dichter dan ze had gedacht.  Ze probeerde het gezicht te zien van de machinist achter het glas.  Ze zag zijn silhouet.  Ze keek recht naar de plaats waar zijn ogen moesten zijn.  Een fractie van een seconde vooraleer ze gegrepen zou worden zag ze hem.  De verbazing op zijn gezicht toen hij besefte wie hij ging vermorzelen.  Ze zag de pijn in zijn ogen…

Dezelfde donkere ogen die haar vroeger deden smelten.




12:13 Gepost door P | Permalink | Commentaren (10) |  Facebook |

Commentaren

wooooow aangrijpend...
no further comment.

Gepost door: G | 19-12-04

. mooi geschreven...

Gepost door: Kaatje | 19-12-04

* Amai, geen woorden! Schoon, zeer schoon.

Gepost door: lena | 19-12-04

Mooi geschreven, maar ik voel ook veel pijn!

Gepost door: lady rosita | 19-12-04

@Ladyrosita Pijn mylady?
Gewoon een verhaaltje. Niets persoonlijks. Ingegeven door de zelfmoorden die de laatste tijd op de spoorwegen gebeuren.

Gepost door: Péke | 19-12-04

Kanp geschreven, wel een beetje tragische afloop.

Gepost door: yapede | 19-12-04

Ik bedoelde natuurlijk "knap geschreven" Sorry voor mijn tikfouten.

Gepost door: yapede | 19-12-04

ik ben er helemaal stil van geworden.......

Gepost door: Lizy | 19-12-04

Ongelooflijk Prachtig geschreven, aangrijpend...

Gepost door: Pinnie | 20-12-04

Merci allemaal... Als ik nog eens eentje schrijf zal ik een vrolijker einde maken :-)

Gepost door: Péke | 20-12-04

De commentaren zijn gesloten.