26-04-05

Treinreizigers

Een tijdje geleden kroop ik op de trein.  Ik was wat langer blijven werk… enfin, ik was wat langer op het werk gebleven en ik miste mijn normale treintje.  Dus in plaats van onze ouwe vertrouwde oranje wagons moest ik in zo een grijs, saai ding kruipen.  Een van die aircotreinen die de lange lijnen bedienen. 

 

Een latere trein geeft alleen maar problemen.  Ik ben bv later thuis dan anders en da’s al niet zo plezant.  Maar het nadeligst is dat die trein propvol zit.  Zeker als je achteraan de trein wil gaan zitten.  In Leuven draait dat ding immers en wordt achteraan vooraan.  En dan moet ik thuis niet zo ver gaan.  Luiheid is een vloek, ik weet het.  Ik wil dus achteraan zitten en met mij blijkbaar vele medereizigers.

De grijze is zo een trein waar iedereen tegelijkertijd op de deur afstormt als hij stopt.  De iets kleinere en lichtere medemens hoeft bv niet op te stappen.  Als hij zich gewoon laat hangen wordt hij wel meegenomen door de andere drummers.  Ik behoor niet tot die categorie en ik moet dus vechten voor mijn plaats.  Tassen worden in de rug gedrukt, ellebogen worden tactisch geplaatst en kwade blikken worden lustig in het rond gestrooid.  Normaal kan me dat zo niet schelen en laat ik ze maar doen.  Maar ik sta niet graag een uur recht.  En net als in de vrije natuur geldt bij pendelaars dat de sterkste wint.  In dit geval, de sterkste wint een plaatsje om te zitten. 

 

Eens op de trein werp ik mij, een fractie van een seconde voor een geuniformeerde tegenligger, op een van de laatst overgebleven vrije zetels.  Gelaten druipt het uniform af, op zoek naar een andere plaats.  Ik zet me goed, kijk eens rond en ontdek dat ik naast een gerestaureerde dame met heel veel haar zit.  En met heel veel haar bedoel ik geen lang haar, maar veel haar.  Net alsof er een schaap op haar hoofd ligt.  Een zwart schaap, zo eentje dat naar het paarse neigt.  De dame in kwestie plooit haar vuurrood geverfde lippen in een vermoedelijke glimlach, en richt daarna haar geplamuurde gezicht weer naar buiten.  Op haar schoot ligt een grote levende geruite tas die af en toe beweegt en kleine geluidjes produceert.  Elke keer dat de tas zich verroert wordt ze even geopend en kraakt mevrouw iets in de aard van: “Ssst, mama is hier.” Of “Allee, zijt nu ne keer braaf.”  Aangezien het uitzicht dat ze bood zelfs de meest viriele man ter wereld het celibaat in zou drijven, vermoed ik dat er een hond in haar tas zat.  Heel zeker ben ik daar wel niet van.

 

En dan gebeurt het.  Iets na Brussel Noord word ik de eerste keer geconfronteerd met de wolk.  Mevrouw reikt naar de jas achter haar om haar treinkaartje te nemen en verspreidt met deze simpele handeling een wolk die ongeveer even giftig moet zijn geweest als die in Bhopal.  Mevrouw heeft blijkbaar niet alleen haar hele gezicht beplakt met een geel-bruine substantie maar heeft voor alle zekerheid ook nog drie flessen reuk over haar hoofd gegoten.  Kwestie van zeker niet te worden lastig gevallen door het mannelijke geslacht.  De misselijkmakende wolk verspreidt zich over de naburige zetels en de gezichten verraden de angst van de andere passagiers.  Zakdoeken worden bovengehaald, de oude man tegenover me begint zo hard te hoesten dat ik denk dat hij eraan gaat en de tas stoot een zacht klaaglijk gejank uit.

Bij de tweede wolk die aan mijn buurvrouw ontsnapt begin ik toch te panikeren.  Liever rechtstaan dan te stikken in een wolk “eau de kweeniewa” en de daad bij het woord voegend begeef ik me naar het tussengangetje.  Van daar zie ik hoe het uniform plaats neemt naast de geurfabriek om tien minuten later weer recht te staan en zijn oude positie terug in te nemen. 

Het biologische oorlogswapen had haar eerste militaire slachtoffer gemaakt.


13:18 Gepost door P | Permalink | Commentaren (9) |  Facebook |

Commentaren

Reden nr. 2.245... ... om met de auto naar het werk te gaan en niet met het openbaar vervoer.
De enige stank die ik moet verdragen is m'n eigen lijfgeur en andere gassen die uit m'n lichaam kunnen ontsnappen.
En -al zeg ik het zelf- dat valt nogal mee.
Lang leve Koning Auto

Gepost door: Spinning Dude | 26-04-05

dat is een ramp hé Péke... en als die opgekalfaterde mummies nog eens fijne reuk dito smeersel moesten gebruiken...gewoonlijk pakken ze nog een spiegelke en beginnen hun nog wat bij te plamuren....

Gepost door: pepino | 26-04-05

:D cool :D

Gepost door: Anne | 26-04-05

:-) Ik leef met u mee... ik vind het zelf verschrikkelijk om op shminkpoppen te kijken

Gepost door: Liese | 26-04-05

vroeger had ik een mannelijke collega.. ..die één keer per week van Brussel naar ons kantoor in Antwerpen moest komen.....en gans het gebouw stonk dan naar afgrijselijkriekende parfum...die was altijd precies in een vat gevallen...en die kerel vertikte het om Nederlands te spreken en dan zou je nog alles voor hem moeten laten vallen....tot we het beu werden...en in het Nederlands antwoordden en dan waren we Sales Flamins....later bleek een FDFer te zijn, de evenknie van .....juist....Maar stinken dat die maan deed........

Gepost door: pepino | 26-04-05

medunkt dat gij al met even mottige mensen een coupé moet delen als ik...
mijn oprecht medeleven..zoiets wens ik niemand toe lol

Gepost door: Lord cms | 26-04-05

* zijt ma blij dat de trein geen aanrijding had met 'n koe zoals bij mij of ge had nog veeeeeeeeeel langer naast de geurende geplamuurde dame gezeten :p

Gepost door: Kimmeke | 26-04-05

Niet alleen in de trein! Degene waar ik nu mee meerijdt, heeft ook een ardig geurtje hangen na donderdagnacht.. Voor de rest valt het wel mee maar ben ik toch blij dat ik overmorgen terug mag rondsjeuren :oD
En ja, soms hebt ge die ook in het zwembad, van die parfum-stinkbommen! In combinatie met chloor is het echt bijna dodelijk, ik verzeker het u!

Gepost door: Tinkie | 26-04-05

oude mensen door hun leeftijd horen ze niet goed, maar ik denk ook dat het reukorgaan slijtage vertoont bij sommigen. Ik kan het me levendig voorstellen. iiiiiiieeeeeeeuuuuuuuwwww

Gepost door: tilde | 26-04-05

De commentaren zijn gesloten.